De menselijke geest kan niet gelukkig zijn.
Het is zijn of haar aard om te zoeken, te vergelijken, en te projecteren, en zo een chronische ontevredenheid te creëren.
De geest is rusteloos en niet in staat om te stoppen met werken.
Hij (of zij) kan ideeën hebben over een ideaal leven en allerlei plannen ontwikkelen om dat te realiseren, maar zal het streven naar meer en anders niet opgeven als dit ultieme doel ooit bereikt is.
Zodra we zijn waar we wilden zijn, zodra de droom is verwezenlijkt, worden er nieuwe onvolkomenheden en projecten verzonnen.
Is het vinden van bestendig geluk daarmee onmogelijk?
Zeker niet.
Al deze constateringen laten ons slechts weten dat we niet kunnen vertrouwen op ons hoofd als we vaker gelukkig en tevreden willen zijn.
We kunnen daar alleen komen óndanks onze geest, met al zijn (of haar) beperkingen en bedenkingen, als een jengelend kind dat we liefdevol maar gedecideerd met ons meedragen.
Het gevoel van gelukkig zijn ontstaat door non-identificatie met het denken.
Je kunt een miljoen gedachten hebben die het tegendeel beweren, maar als je ze niet langer gelooft, hebben ze nauwelijks impact.
De eenvoudige helderheid die dan ervaren wordt ís geluk.
Een heel natuurlijk fenomeen dat onafhankelijk is van omstandigheden.
Een staat van zijn die gedachten hun gang laat gaan.
Ernaar streven is een strategie van de geest.
Het ZIJN is het resultaat van inzicht en ontspanning.
—
(Foto door @hyingchou, voor Unsplash)