“Positief denken lukt me niet, maar volgens professor Erik Scherder zou het helpen, dat is officieel vastgesteld.”
We zitten op een bankje in het bos, en ze vertelt me vermoeid over de pogingen haar binnenwereld op te krikken.
Affirmaties.
Het reframen van gedachten.
Tegen jezelf praten.
En dus ook positief denken.
Maar hóe ze ook haar best doet, het maakt geen verschil, en nu denkt ze dus dat ze het niet goed doet, en dat ze het nog wat harder en wat vaker moet proberen.
“Ga uit van je eigen ervaring!”, zeg ik.
“Het maakt geen fuck uit of neurowetenschappers beweren dat je ervaring anders zou moeten zijn dan hij is: ga bij jezelf te rade.”
Positief denken is bij lange na niet het wondermiddel dat we hopen dat het is.
JA we voelen ons meestal beter als we fijne gedachten hebben, maar NEE, we bepalen over het algemeen niet wat we denken.
Positief denken is scheve, onpraktische logica.
Het is logica die uit elkaar flikkert zodra we het proberen in de praktijk te brengen.
Als het waar was dat we continu zelf bepalen wat we denken, zou ‘positief denken’ als begrip niet eens bestaan want dan deden we dat al automatisch.
Je hoofd serveert wat het serveert, of jij dat nou wil of niet, en het is onduidelijk waarom dat precies gebeurt en waarom die inhoud voor iedereen anders is.
Het is eindeloos veel praktischer om te weten dat je gedachten niet bewust door jou geproduceerd worden, zodat je ze steeds minder serieus kan nemen, dan dat je ze probeert te manipuleren.
Of Erik Scherder het daar nou mee eens is of niet.
—
(Foto van Erik Scherder via quality-bookings punt nl)