In 2013 nam ik me voor om op mijn rechterarm een ridder die met een zevenkoppige draak vecht te laten tatoeëren.
Het zou een enorme, kleurrijke sleeve worden.
Ik had destijds niets meer te verliezen en stond op het punt naar een kliniek te verhuizen voor twee maanden intensieve behandeling.
Depressie, angst, én een jarenlange verslaving aan alcohol.
‘Als dat me écht iets oplevert’ dacht ik, ‘dan wil ik een statement maken om mijn verandering te vieren’.
Eigenlijk geloofde ik er niet meer in.
Nadat ik eind 2012 was gestopt met drinken, hadden een paar maanden therapie en het lezen van tientallen zelfhulpboeken me niet de verlichting gebracht waar ik zo intens naar verlangde en stiekem op rekende.
Sterker nog: ik voelde me hopelozer en depressiever dan ooit tevoren.
We probeerden nog een rondje antidepressiva maar die maakten me alleen maar onrustiger.
Dus daar zaten we.
Ik was aan het eind van mijn Latijn, en mijn over het algemeen uiterst stoïcijnse psychiater begon zich nu ook zorgen te maken.
Toen ik hem vertelde dat de gedachten over zelfmoord steeds vaker omhoog kwamen en dat ik ze eerlijk gezegd best comfortabel vond, moest er duidelijk iets radicalers gebeuren.
De opties: elektroconvulsieve therapie (elektroshocks) of een kliniek.
Het werd de laatste.
‘Je houdt van hard werken dus mijn voorkeur gaat uit naar de kliniek’ zei mijn therapeut.
In de week vóór vertrek kwam het idee van de tattoo in me op.
Ik had nooit eerder serieus nagedacht over inkt op mijn lijf, maar het was een mooi dramatisch idee, en waarschijnlijk dacht ik dat het tóch nooit zou gebeuren.
Een belofte die je maakt omdat je ergens verwacht dat je ‘m niet hoeft in te lossen.
Twee maanden later was ik weer thuis, en de lange fase van opkrabbelen begon.
Er was wel degelijk iets veranderd, de razende teloorgang was gestopt, en er ontstond voorzichtig weer een idee van licht, ergens ver weg, maar toch.
Ik hield me alleen niet aan de afspraak die ik met mezelf had gemaakt.
Toen de ideeën over de toekomst weer wat levendiger werden, verloor ik het gevoel van drama, en daarmee de drijfveer om de vechtende ridder te laten plaatsen.
De tattoo is er nooit gekomen, en dat hoefde ook niet.
Ik BEN de ridder.
(Foto door @seteph, voor Unsplash)