Neem af en toe de tijd om dingen in te laten dalen.
Dit zeg ik vooral tegen mezelf hoor.
Als je een echte ‘spirituele zoeker’ bent (iets waarmee ik me jaren moeiteloos gedefinieerd heb) kan het zoeken zelf heilig worden.
Je bent zogenaamd bezig iets te vinden, een bepaalde uitkomst, een staat van zijn, een zekere status, maar het zoeken staat feitelijk op nummer 1, en die onrustige beweging van ‘het is er nu nog niet’ blijft dan dominant.
Het zoeken is dan belangrijker dan het vinden.
En dus blijf je hangen in die gretige beweging.
Een paar dagen geleden ging ik weer eens luisteren naar wat satsangs van de non-duale leraar Hans Laurentius, en ik merkte dat ik het erg prettig vond.
Het relativerende, het heldere, maar ook het inclusieve van alle ervaringen.
Niet alleen maar die wens om een bewuste staat van Eenheid te bereiken, maar de complete ervaring van het diepe weten én de menselijke verwarring en chaos die nog steeds opkomen.
En, én.
Fijn, vond ik dat.
Zojuist realiseerde ik me echter, terwijl ik op bed wat lag te liggen, dat ik mezelf weer een beetje aan het verdoven was met een eindeloze optocht van opluchtende inzichten.
Ik kan dat moeiteloos een paar dagen volhouden, het ene na het andere filmpje, totdat het enthousiasme is opgebrand en ik er weer (gefrustreerd) mee stop.
Vandaag grijp ik in.
Als ik alléén maar hongerig aan het leren en absorberen ben, krijgt het nauwelijks de tijd om te landen, en dan ben je eigenlijk aan het overconsumeren.
Je voedt jezelf, maar op zó’n gulzige manier dat het niet verteerd kan worden.
En dat lijkt me niet wenselijk.
Daarom stop ik voor ik plof.
Weten wanneer het genoeg is, is ook een handige capaciteit.
—
(Foto door @nate_dumlao, voor Unsplash)