De aller-, aller-, állerlaatste.

Man, wat nam ik ‘m vaak!

De laatste van de avond, maar ook die voor altijd.

De laatste ronde, of écht de laatste, voorgoed.

Dacht ik dan.

Hoopte ik vooral.

Tientallen keren dronk ik het symbolische laatste glas, vaak stomdronken en middenin de nacht of ergens in de vroege morgen, en vaak vlak voordat ik alle drank die nog in huis was woedend door de gootsteen spoelde.

Dáár!

Nooit meer, ik wist het zeker!

Dacht ik.

Soms duurde dat een dag, soms een week.

En dan nam ik er toch weer een (en daarna was uiteraard het hek van de dam).

Maar waarom?

Als ik echt, echt, ECHT wilde stoppen, waarom begon ik dan toch weer?

Dat is natuurlijk de hamvraag.

Je wilt het, maar je wilt het ook niet.

Je vervloekt het, maar je kunt niet zonder.

Denk je.

En toch zijn er meer dan genoeg mensen die ‘m op een dag écht drinken.

De aller-, aller-, állerlaatste.

Misschien kun je daar vandaag mee beginnen?