Ik lees een boek over ‘radicale eerlijkheid’.

Rete-inspirerend, maar ook super next level.

Het is geschreven door een therapeut die zijn cliënten leert ongeremd eerlijk te zijn, zodat zij zich kunnen bevrijden van een dikke laag bullshit.

Ik snak ernaar (als ik eerlijk ben).

Liegen is zó ingeburgerd en normaal dat we er meestal onze schouders over ophalen.

Leugentjes om bestwil, de waarheid een beetje verdraaien, dingetjes weglaten uit onze verhalen: allemaal onderdeel van ons sociale arsenaal.

Het is heel makkelijk om dat specifieke gedrag te verdedigen en de positieve kanten ervan te belichten.

Geen ophef creëren, geen conflicten veroorzaken, niemand kwetsen.

Mooi toch?

Maar achter die wenselijke effecten schuilt natuurlijk ook veel angst, gebrek aan zelfvertrouwen, en vaak een zekere arrogantie.

Als wij anderen zogenaamd behoeden voor dat wat we éigenlijk denken en voelen, ontnemen we hen de mogelijkheid om daar op hun eigen manier mee om te gaan.

Wij nemen de beslissing en schatten in dat ze het niet aan kunnen, dat het teveel voor ze zal zijn, dat ze te zwak zijn om het op waarde te kunnen schatten.

Ergens klinkt dat behoorlijk scheef.

Niet eerlijk zijn ten opzichte van onszelf en andere mensen creëert een onbewuste ruis, een geheime wereld die ten diepste aanschuurt tegen de directheid van wat werkelijk ís.

We bouwen iets dat alles eigenlijk alleen maar ingewikkelder maakt omdat het verzonnen is, en feitelijk onjuist.

Het ziet er misschien fraai en gepolijst uit, maar eigenlijk is het bullshit.

Of op zijn minst onoprecht.

Zoals ik al zei: radicale eerlijkheid is next level.

Maar een beetje minder liegen is een mooi begin.

(Foto door @cdd20, voor Unsplash)