Er zijn twee soorten excuses.

De variant die we maken vanwege iets, om uit te spreken dat we ergens spijt van hebben, en om duidelijk te maken dat we dat erkennen.

Die bied je aan.

Hier, alsjeblieft: sorry.

Daarmee stel je jezelf kwetsbaar op.

En dan is er de andere variant.

De excuses die we máken.

Waar de eerste versie een naar buiten gerichte actie is, is de tweede juist eerder een slot, een hek dat we dicht doen, een deksel die we laten vallen.

‘Ik heb er geen tijd voor.’

‘Ik zou wat vaker dit of dat moeten doen.’

‘Het regent en ik kan morgen ook gaan hardlopen.’

‘Ik vind het eng/lastig/moeilijk/te groot/stom’

En nog een paar triljoenbiljoen andere variaties.

Er zijn ook nog andere, hele speciale, de beetje meer verdekte excuses:

‘Ja zo ben ik nu eenmaal.’

‘Helaas overkomt me dat altijd.’

‘Ik zou wel willen, echt, maar wat als het mislukt?’

‘Misschien volgend jaar, misschien eerst nog dit boek/deze cursus/deze video/dit beetje salaris/dit seizoen.’

Het is een gewoonte waarmee je jezelf hopeloos tekort doet, een neiging die je in je veilige zone houdt, dus dat is ook vaak ‘de beloning’.

Soms zit het heel diep, en meestal is het angst.

Soms is het super ingewikkeld om je erover heen te zetten, en moet je het een tijdlang blijven doen.

Soms heb je geen fláuw idee waar te beginnen.’

En ja, dat is misschien best kut.

En heel ongemakkelijk.

En vreselijk eng zelfs.

Maar dat zijn geen excuses.

Wacht. Niet. Op. Verandering.

Maak van verandering je superkracht.

Mail me.