Plezier is plezier, en geluk is geluk.
Zou je zeggen.
Niet heel ingewikkeld, dus.
Maar zoals alles kunnen wij mensen het dat wel maken.
En dus zijn er hele volksstammen die ronduit bang zijn om zich goed te voelen.
Die durven het niet meer.
Die mógen het niet meer.
Van dat strenge stemmetje in hun hoofd.
Want, ja, je kunt nu misschien wel een beetje blij lopen zijn, alsof het allemaal wel meevalt, maar over een uur of zo zal er vast wel weer iets gebeuren, en wat dan?!
De angst voor naderende teleurstelling, voor dat kantelpunt (wat natuurlijk altijd ergens in de toekomst op ons wacht), kan enorm groot zijn.
En dat geldt ook voor het ontzag voor hopeloosheid, en het veel te bekende gebrek aan levensvreugde.
Het lijkt soms net alsof wij verantwoordelijk zijn voor het managen van al die processen, en dat we vooral zuinig moeten zijn met de mooie en fijne momenten.
Alsof we het niet verdienen.
Alsof er een soort schaarste heerst.
Alsof het op kan.
En als het écht tegenzit, komt er een tijd dat je zelfs de kleinste momenten van geluk en optimisme en plezier kapot gaat managen.
Dan maak je het zelf alvast maar stuk, vóór het leven het doet.
Heb je het in ieder geval nog een beetje in de hand.
Tja.
Misschien klinkt dit allemaal nogal dramatisch, maar ik hoor het heel vaak van de mensen die ik spreek als coach.
En uit eigen ervaring weet ik hoe vreselijk eng het kan zijn om gewoon zomaar blij te zijn, om zomaar te lachen, om je zomaar over te geven aan gevoelens van geluk.
Zónder je druk te maken om straks.
Zónder schuldgevoel.
Maar het kan.
Er is méér dan genoeg geluk beschikbaar.
Overgave is het mooiste wat er is.
(Herken je dit en ben je er ook klaar me? Mail me.)