De wetenschap heeft zich uiteraard ook over emoties gebogen.
De conclusie is dat het hier om chemische processen gaat.
Ik vind dat eerlijk gezegd nogal kaal, maar het is nu eenmaal wat we doen.
We trekken dingen uit elkaar tot we schijnbaar bij het kleinste deeltje zijn gekomen, dan bouwen we het weer op, en geloven we dat we het nu begrijpen en bezitten.
We denken dat we met het vinden van de bouwstenen het fenomeen kunnen verklaren en zelfs manipuleren, en het ongemakkelijke gevoel van ongrijpbaarheid en abstractie achter ons kunnen laten.
Maar weten we dan écht waar we mee te maken hebben?
Ik denk dat dat niet eens hoeft.
Eerlijk gezegd heb ik steeds minder behoefte om te begrijpen wat dingen precies zijn, en waaróm ze zijn wat ze zijn.
Als je het mij vraagt zijn emoties de verhalen die we vertellen rondom een specifiek gevoel, waarmee we een compleet ervaringspakketje creëren.
Maar ook dat slaat het een beetje dood.
Misschien is het wel genoeg om emoties te zien als tijdelijke fenomenen die een onderdeel vormen van de rijkdom van het bestaan.
Ze komen en ze gaan, en we ervaren ze.
Ze maken de menselijke ervaring kleurrijk en waardevol.
Als je het zo ziet kun je ze volledig ervaren, zónder het idee dat het anders moet zijn dan het is, en zonder het verlangen om ze te stoppen of juist te verlengen.
Niet weten wat iets is, maar het simpelweg laten bij het feit dát het er is en er helemaal open voor staan, maakt dingen veel simpeler.
Daar heb ik geen wetenschap voor nodig.
—
(Foto door @blavon, voor Unsplash)