Dat je de tijd tussen je vingers voelt wegglippen.
Nog zo ontzettend veel te doen en te ervaren, nog zó veel liefde te vinden en verwondering te ontdekken en lichtheid te proeven, en dat idee verlamt je.
Als een milde paniek.
Met al die oningevulde ervaringen weet je niet waar te beginnen.
Moet je eigenlijk méér doen, of juist minder?
Is genieten afhankelijk van wat je kunt wegstrepen van je lijst, of staat het juist los van alles en is het een teken van rijping en groei dat slechts te vinden is in het enige moment dat er bestaat: nu?
Met om ons heen een wereld die gonst en borrelt en knettert van de prestaties en triomfen, kan helemaal niks doen voelen als een loodzware gemiste kans.
Dus ga je plannen maken, of probeer je één te zijn met een kosmisch plan dat we nooit zullen begrijpen maar zich evengoed altijd ontvouwt?
En is er eigenlijk een verschil?
Als je het met wat ruimte bekijkt is er geen moment dat zich niet vanzelf en moeiteloos ontwikkelt, inclusief het idee dat we het universum een handje moeten helpen.
Weten wat je wil kan voelen als de heilige graal, een absolute must als je er uit wil halen wat er in zit, terwijl het tegenovergestelde misschien wel het meest natuurlijk is.
En ondertussen verstrijkt de tijd, komt de zon op en laat de maan zich zien aan de donkere hemel, onverbiddelijk, en niet onder de indruk van al onze worstelingen.
Rust vinden in de onrust lijkt een stap in de juiste richting, een doel dat een eigen ambitieus leven kan gaan leiden maar ook kan indalen en landen als een vredig ruimteschip op een lentegroen grasveld.
Als alles alleen maar kan zijn wat het is, kun je het nooit fout doen, niet echt.
Een zoete verademing.
En soms staat de tijd dan even stil.
—
(Foto door @khodzinskyi, voor Unsplash)