Sommige mensen durven niet gelukkig te zijn.
Ze wíllen het misschien wel, snakken er zelfs naar, maar iets binnenin saboteert het.
Alsof ze het niet verdienen.
Of alsof elk beetje geluk automatisch leidt tot heel veel ongeluk, en de toekomstige teleurstelling het vermogen beperkt om het toe te laten.
En dan wordt het kleinste vlammetje, het miniemste potentieel, vanzelf vermorzeld.
Voor deze mensen zijn er twee opties: óf ze leggen zich erbij neer en zullen nooit de heerlijk dwaze volheid van geluk ervaren.
Óf ze leren het toe te laten, stukje bij beetje, heel voorzichtig, alsof ze hun interne verwoestende verdedigingsmechanisme zacht en met geduld trotseren, langzaam wennend aan dat unieke gevoel waar we allemaal naar op zoek zijn.
Ik ben een van die mensen, en door heel veel mazzel, doorzettingsvermogen en een diep verlangen, leer ik mezelf dat gelukkig zijn niet onveilig is, dat het voedt en vult en dat dat genoeg is voor de zwaardere periodes die hoogstwaarschijnlijk zullen komen.
Het is verwarrend en verdrietig, dat iets dat we van nature kunnen en misschien zelfs in essentie zíjn, zó beladen en ingewikkeld wordt dat we er bang voor worden of het onszelf niet gunnen.
Maar dat maakt het niet onmogelijk.
Gelukkig maar.
—
(Foto door @carolinehdz, voor Unsplash)