Als je ‘joy’ vertaalt naar het Nederlands slaat het wat mij betreft een beetje dood.

Vreugde, krijg je dan.

Of plezier.

Of blijdschap.

Hm.

Het lijkt er wel op, het komt in de buurt, maar het is tóch anders.

Nou realiseer ik me dat het misschien mijn innige maar subjectieve relatie met het woord is die het onmogelijk maakt een vertaling te dulden.

Sommige begrippen zijn wat mij betreft zo uniek dat ze vrijwel niet te vertalen zijn.

Ze hebben een diepte, een belofte, een rondheid, die verloren gaat bij de overgang.

Voor mij is joy niet alleen een woord.

Joy is voluit huppelen.

Het is de lente die ineens in je botten springt als je over straat loopt.

Het is glimlachen met je hele lijf.

En ik houd ervan, zó veel.

Ik denk dat mijn verlangen naar joy deels zo groot is omdat ik voornamelijk in het donker heb geleefd.

In beperking, in minachting, en in teleurstelling.

Dat wás mijn leven.

Maar joy waste dat de afgelopen jaren weg.

Joy troost als het moet, het warmt op, en het verlicht.

Het IS al die kwaliteiten.

Alsof het leven heeft besloten verliefd op je te worden, en je continu kust.

Joy is wat ik ben en waar ik naar streef en hoe ik coach.

Het zit in mijn ogen, mijn woorden, en mijn energie.

Kun je je voorstellen wat dat met jouw vermoeide botten zou doen?

(Mail me.)