Mijn vader takelt af.

Lichamelijk, maar vooral geestelijk.

Als mijn zus en ik hem bezoeken in het prettige verpleeghuis waar hij nu al een paar jaar zit, treffen we hem in de huiskamer, in een rolstoel, terwijl hij voor zich uit staart.

Dat kunnen ze daar goed.

Meestal herkent hij ons direct, en dat zorgt voor een opwelling van vreugde en verdriet.

Hij huilt altijd wel een paar keer tijdens onze bezoekjes, maar vaak heel kort, alsof hij na een paar seconden vergeten is wat hij ook alweer aan het doen was.

En dat is ook zo.

Als ik heel eerlijk ben, heb ik niet veel met de man die daar zit.

Ik begrijp dat dat misschien een vreemde constatering is, zelfs een afstandelijk of kil idee, maar zo is het nu eenmaal.

Wel heel verdrietig, natuurlijk.

De relatie die ik had met hem en mijn moeder (die er al een paar jaar niet meer is) was heel lang ‘ingewikkeld’, en het lijkt erop dat ik in de vele jaren dat we elkaar niet hebben gezien of gesproken, alvast afscheid van ze heb genomen.

Pas nu, nu alleen hij er nog is, nu de Alzheimer zijn cognitieve vermogen steeds meer door elkaar husselt en hij continu de draad van het gesprek kwijtraakt, komt er meer van de onbezwaarde man die hij ooit was naar boven.

Hij wordt veel milder, is niet meer agressief (in elk geval niet tegen ons), en de verwijten en teleurstelling (waar hij zo goed in was) zijn min of meer verdwenen.

Dat maakt ons samenzijn gemoedelijk en ontspannen.

Maar het is dubbel, erg dubbel.

Dit is dezelfde man die schuimbekkend de trap op stormde om ons (verbaal) te komen straffen.

De man die mij ooit mee naar Frankrijk nam toen ik 12 was en een gebroken hart de zomer overschaduwde, en waarmee ik toen allerlei avonturen beleefde.

De man die mij honderden keren dronken belde, schoffeerde, en zelfs bedreigde (niet dat ik echt bang voor hem was, maar tóch…).

De man die zo geweldig mooi kon zingen, op het podium, op de radio, en mij daarmee de gelegenheid gaf om ongegeneerd trots op hem te zijn.

De man die vertelde dat we álles met hem konden delen, terwijl hij zelf vol geheimen en leugens zat.

De man die altijd partij voor mijn moeder koos, maar haar ook intens kon vervloeken, een woeste dynamiek waar ze allebei in gevangen zaten.

De man die zijn creativiteit en liefde voor taal op mij overbracht, maar mij ook voorzag van een intense, verstopte woede, en een ongekende mate van slachtofferschap die ik pas heel recent heb kunnen doorbreken.

Dus het is dubbel.

Nu de hardnekkige schil van diepe verongelijktheid lijkt te zijn opgelost, zit daar een breekbaar, kwetsbaar, zelfs onschuldig mens.

Met een dikke buik en een verkruimelend wereldbeeld.

Gelukkig weet hij niet meer wat hij niet weet.

Maar ook dat is dubbel.

(Voor de duidelijkheid: de man op de foto is niet mijn pa.)