Onlangs ben ik tot de conclusie gekomen dat dit mijn prioriteit zal zijn.
Leven met open hart.
Het is moeilijk uit te leggen wat het betekent en hoe het precies werkt, maar voor mij voelt het bijna als een fysieke keuze.
Alsof ik letterlijk in gedachten naar mijn hart ga, en het open zet, of open stel.
Hiero: alstublieft.
Kom maar op!
Ik snak ernaar, ten diepste.
Het stromen, het verkeer naar binnen én naar buiten, ontvangen én geven.
En ik heb er denk ik altijd naar gesnakt, eigenlijk.
Ik denk dat het een ultiem en essentieel verlangen is, misschien wel voor iedereen, maar al heel vroeg in mijn leven ontstond het idee dat het niet veilig was, dat het misbruikt zou worden, en dat ik het dus moest dichtgooien en beschermen.
Helaas werd ik daar veel te goed in.
Gelukkig is het nooit te laat om weer op te pikken.
Met open hart leven betekent niet dat je dat perfect doet.
Maar dat je het steeds opnieuw doet.
Steeds als je het uit gewoonte op slot hebt gegooid, steeds als je kritisch op jezelf bent geweest, steeds als je iemand anders verantwoordelijk hebt gemaakt voor jouw gevoel.
Steeds weer.
Ik ben het nu aan het leren, as we speak, en het voelt als kleine straaltjes licht die door mijn perfect ontwikkelde cynisme en nonchalance schijnen.
Het is nog onwennig, een beetje ongemakkelijk zelfs, en het valt me echt op hoe automatisch ik dichtklap en verstar, keer op keer, de hele dag door.
Dat is verdrietig.
En confronterend.
En toch voelt het ZO goed, dat verlangen.
Want het hek is van de dam, en over de dam stroomt liefde, empathie, en de realisatie dat ik mezelf niets te verwijten heb.
Leven met open hart is mijn doel, mijn wens, en mijn uitdaging.
Maar als ik eenmaal iets begin, maak ik het ook af.
Ik heb er de rest van mijn leven voor.