Het is de nachtmerrie van de menselijke geest.

Het donkere bos van onze mentale wereld.

‘Niet (meer) weten wat je moet doen.’

Geen flauw idee wat de volgende stap moet zijn, hoe je hier ooit gaat uitkomen, waar het heen gaat en waar dat dan in hemelsnaam begint.

Vreselijk, en vreselijk eng, zo ervaren we dat meestal.

Bedreigend, verwarrend, verstikkend.

Maar het is júist een moment om een van onze superkrachten te ontdekken.

Want aan de andere kant van het niet weten, nét om het hoekje zeg maar, wacht een zware, zoete opluchting.

In elk moment van (grote) twijfel is dat punt van berusting heel dichtbij, alleen laten we dat over het algemeen niet gebeuren.

We piekeren ons liever suf, we proberen het allemaal uit te zoeken, of we slapen eerder een aantal nachten niet, dan dat we het gewoon opgeven en zeggen

‘Ik weet het niet.’

Al dan niet met een grote zucht en je handen ten hemel geheven.

Het is misschien wel de krachtigste uitspraak die we kunnen doen.

De meest verlichtende realisatie die we kunnen hebben.

‘Ik weet het niet, in elk geval nu niet.’

‘Ik weet het niet, dat voelt gruwelijk eng en zwaar en gevaarlijk, maar dat voel ik dan maar gewoon.’

En het daar dan bij laten.

Elk belangrijk antwoord, elke frisse oplossing, komt altijd uit niet weten.

In plaats van doodsbang te zijn voor het moment dat je hoofd er even niet op kan komen, of dat Google je niet kan voorzien van geruststelling, kun je het gaan zien als een moment van mogelijkheden, van eindeloze potentie.

Vanuit niet weten komt vanzelf het vervolg.

Niet door te forceren, maar door het even op te geven.

‘Ik weet het niet, en daar heb ik nu vrede mee.’

Echt, als je eenmaal voorbij dat denkbeeldige punt komt waar je vaak snel van wegrent om je hoofd in te schakelen, als je je één keer overgeeft, bereik je de magische open plek in het bos waar de opties en oplossingen groeien.

En dan weet je ineens waar ik het over heb.