Ik hoor het vaak.

Een beetje smalend, of spottend.

Of sceptisch.

Af en toe een beetje bezorgd.

‘Iedereen is tegenwoordig coach.’

Alsof iemand met die uitspraak een bom neerlegt.

Alsof ik mezelf dan direct moet verdedigen.

Alsof het allemaal heel kansloos en treurig is.

Haha.

Nee hoor.

Ik vind het echt prima.

Kom maar op!

Als je wereldkampioen wilt worden moet je in principe van iedereen kunnen winnen, die sfeer.

Die concurrentie motiveert me juist.

En er zijn op zich klanten genoeg (kijk maar om je heen), dus dat is ook al geen probleem.

Daarnaast is het allang duidelijk dat verreweg de meeste coaches het maar heel kort volhouden.

Dat idee van ‘ik doe het er wel even bij, hoe moeilijk kan het zijn?’ blijkt een enorme misvatting.

Coachen, echt goed en krachtig en effectief coachen, en dat keer op keer voor mekaar krijgen, is een kwestie van volhouden, toewijding, nederigheid, en jezelf heel erg goed leren kennen.

Dat kost jaren.

Jaren waarin je geen reet verdient, jaren waarin je honderdduizend keer denkt dat je de verkeerde keuze hebt gemaakt en verlangt naar een baan op kantoor, jaren waarin elk beetje winst en groei wordt gevolgd door teleurstelling, en jaren waarin je net zo veel áf- als bij moet leren.

Maar als je daar doorheen komt, als mensen je beginnen te vinden, en als je zonder enige twijfel weet wat voor moois je klanten kunnen bereiken en je krijgt dat ook samen voor elkaar, dan begint het ergens op te lijken.

Dan heb je in elk geval een aardig fundament.

En misschien begint het dan pas écht.

Coaching is voor mij niet gewoon een baan.

Het is dat waarvoor ik mijn hele leven non-stop ben opgeleid (zonder dat ik dat al die jaren wist, overigens).

Het is een soort magische bekroning van drie andere carrières.

Het is een volkomen natuurlijk verlengstuk van de rest van mijn leven op dit moment, mijn interesses, en mijn, vooruit, obsessies.

En ook al dacht ik ooit precies hetzelfde over coaches als veel andere kritische mensen, tegenwoordig lach ik daar vooral om.

Ik ben volledig verslingerd aan wat ik doe, en het idee dat het nog veel beter kan maakt me intens blij en gretig.

Daarom voel ik me ook geen seconde bedreigd.

Want misschien zijn er dan wel heel erg veel coaches actief: er zijn er niet heel veel heel erg goed.

En dát hoor je dan weer níet zo vaak.