Kennelijk wil ik het weer even over kwetsbaarheid hebben.
Dit is wat er zojuist in me opkwam:
Je stelt je niet kwetsbaar op door iets te delen wat andere mensen dapper vinden.
Of ingewikkeld.
Of verdrietig.
Kwetsbaarheid betekent open zijn over je twijfels.
Het gaat om de kans dat je wordt afgeserveerd, bekritiseerd, en beledigd (iets wat je waarschijnlijk zelf al van binnen vakkundig hebt gedaan).
En dat je dat risico tóch neemt.
Kwetsbaar zijn betekent de afwezigheid van zelfcensuur.
Van pleasen en iedereen te vriend willen houden.
Het gaat erom dat je de gevolgen van je openheid volledig voor lief neemt, wát ze ook zijn, omdat die openheid wezenlijk voelt.
Kwetsbaar zijn betekent het laten vallen van de neiging om anderen te ontzien, omdat het niet om hen gaat.
En niet omdat je zo graag wil beledigen (of kwetsen, dat begrip dat zo vreselijk beladen en kapot gebruikt is), maar omdat je de mogelijke meningenstorm niet belangrijk genoeg vindt.
Niet belangrijker dan het rauwe delen van je twijfel, zwakte, onvermogen, en radeloosheid.
Kwetsbaarheid vraagt niet om een specifieke uitkomst.
Het is als uit een vliegtuig springen met een rugzak waar misschien een parachute in zit.
Kwetsbaar zijn is alsof je een bad neemt in onzekerheid.
Zoiets.
Intens, bevrijdend.
—
(Foto door @jasont378, voor Unsplash)