Hoe schrijf je over iets wat niet te beschrijven is?
Hoe praat je over spiritualiteit, de complete ervaring van het bestaan, het moment van geboorte tot de dood, en misschien zelfs wel veel meer dan dat?
Hoe leg je eindeloosheid uit, bewustzijn, het schijnbare vastzitten in de menselijke ervaring, en de zoete vrijheid van een ruimer perspectief?
Eigenlijk kan het niet.
Het is te abstract, te diep, en veel te groot.
Op het moment dat je je mond opendoet of een pen op papier zet, beperk je het al, maak je het eigenlijk tot iets banaals dat bestaat uit kreupele woorden.
Het kan dus niet, maar ik probéér het wel.
Ik doe het omdat ik dat nodig heb, omdat het me fascineert en wakker houdt, omdat ik er dankbaar voor ben en het soms intens haat, en omdat al die kleine beetjes samen misschien wel iets groters kunnen bouwen.
Perfect beschrijven kun je het niet, maar voelbaar maken wél.
Pakken is onmogelijk, maar een sfeer creëren die het bijna tastbaar maakt, die een ruimte opent waar je er een beetje van kan proeven, is niet uitgesloten.
Daarom kan ik er niet over stoppen.
Ik schrijf over het wonder dat ons altijd lijkt te ontglippen terwijl we er onderdeel van zijn, er gemaakt van zijn, om het te eren, en om het dicht bij me te houden.
Ik schrijf erover omdat ik kennelijk niet anders kan, omdat ik gestuurd en gebruikt wordt om het te blijven proberen, en omdat het me zo dierbaar is.
Honderden stukjes vielen er uit mijn vingers, soms ronduit lyrisch, maar niet zelden ook gefrustreerd en boos.
Want dat is het allemaal.
Lyrisch en lelijk, poëtisch en problematisch.
Hoe kun je Alles beschrijven?
Onmogelijk.
En toch probeer ik het vandaag gewoon opnieuw.
—
(Foto door @zemm, voor Unsplash)