Soms word ik wakker met een licht gevoel van ongemak, van onheil.
Het is alsof een deel van mij al weet dat er iets vervelends gaat gebeuren, en mijn hoofd gaat dan vanzelf in volle actiemodus om met oplossingen te komen.
Het probleem is alleen dat ik niet weet voor wát precies.
Het probleem is namelijk dat ik geen probleem heb, anders dan een unheimisch gevoel dat ik moeilijk kan verklaren.
Voor mijn hoofd maakt dat niks uit, dat gaat keihard door met voorspellen en projecteren en verzinnen, en zo wordt de vage onrust waar alles mee begon heel snel groter en zwaarder en overweldigender.
Tenminste, als ik niet uitkijk.
Want als ik dat wél doe en ik laat me niet meeslepen door die eerste sensatie, kruip ik als het ware uit de mentale component van dat moment, het verhaal van dreiging en gevaar, en kan ik het ‘omvatten’.
Ik zit er dan niet meer in, maar bekijk het van een afstandje, kan eromheen lopen, het lichtjes vasthouden.
Het is alsof ik een stapje terug heb gedaan, een beetje ben uitgezoomd, en de ervaring héb in plaats van ben.
Vanuit die positie is het geen probleem meer om te voelen wat ik voel, en als ik dan op zoek ga naar het middelpunt van de dreiging, kan ik dat nooit meer vinden.
Alsof dat vage enge beest dat eerst in het donker om me heen scharrelde, stiekem is gevlucht of er misschien zelfs nooit is geweest.
Dus wat ik maar wil zeggen: je kunt een niet bestaand probleem niet oplossen.
Doe even een stapje terug.
—
(Foto door @luxdamore, voor Unsplash)