Ik heb een tip.
Meestal ben ik daar niet zo van, maar deze kwam spontaan in me op, hij heeft me al vaker echt geholpen, dus ik wil ‘m graag met je delen.
Het komt hier op neer:
Probeer niet steeds te begrijpen waarom je voelt wat je voelt.
Als je ook maar enigszins geïnteresseerd bent in meer ‘in het nu’ zijn en minder bezig met je gedachten, is dit een gouden regel.
De menselijke geest probeert alles te verklaren, en opent daarmee keer op keer complete werelden van onzekerheid en vage opties.
Hij (of zij) gaat op zoek naar motieven en redenen, en voor je het weet ben je een uur verder, geen spat wijzer, en veel meer in de war.
Ga minder in discussie met je hoofd.
Echt.
Je hoofd zal altijd met ideeën en suggesties komen, altijd de indruk wekken dat je nu toch echt serieus moet gaan kauwen op morgen en overmorgen en volgende week, en omdat we dat zó gewend zijn staan we er meestal niet bij stil dat we daar een belangrijke keuze hebben.
Je hoeft je hoofd niet te volgen.
Je hoeft je gedachten niet klakkeloos te accepteren en je slaafs in een proces van eindeloos gepieker te laten duwen.
En dat geldt dus ook voor voelen wat je voelt.
Houd het simpel.
Voel gewoon, maar analyseer niet.
Ga niet verder dan de sensaties in je lijf, de feitelijke ervaring, en laat het verhaal wat je hoofd eromheen wil maken voor wat het is.
Dat vergt oefening en alertheid en volharding, maar ik kan je verzekeren dat de hardnekkige wens om minder in de ban van je gedachten te zijn uiteindelijk beloond zal worden.
Je hoeft niet alles te begrijpen, want dat kan niet eens.
Voel, en laat het daarbij.
Dat is precíes genoeg.
—
(Foto door @shahinkhalaji, voor Unsplash)