Af en toe ben ik flink de weg kwijt.
Vaak is er eigenlijk niks aan de hand, maar het voelt toch alsof ik kleiner dan klein ben.
Een dag lang (soms een paar dagen) ben ik in de war, moedeloos en verdrietig.
Het gebeurt wel eens nadat ik een tijdje heel enthousiast en geïnspireerd ben geweest, maar soms lijkt het ook zomaar uit het niets te komen.
De stemming klapt om en het venster op mijn leven beslaat.
Ongeacht de omstandigheden.
Ik heb deze episodes zolang ik me kan herinneren, waarschijnlijk heb ik er inmiddels honderden achter mijn kiezen, en alhoewel het de laatste jaren veel minder is geworden steken ze nog steeds wel eens de kop op.
Ze wennen nooit echt, en ik heb bijna altijd de neiging om eraan te ontsnappen, om een van mijn zelfhulptrucs toe te passen, om afleiding te zoeken of om keihard weg te rennen en niet om te kijken.
Tot voor kort.
Ik ben namelijk gestopt met de ontkenning, en heb gekozen voor erkenning.
Het hoort bij mij.
Af en toe ben ik somber en voelt het alsof alles in elkaar dondert.
Af en toe voel ik me machteloos en incapabel en een fucking loser.
Die selectieve zware somberheid, dat sporadisch fatalistische, is iets wat ik met me meedraag, iets wat ik heb aangeleerd en vervolmaakt, iets wat in zekere zin bij me hoort.
Ik ben grootgebracht door ouders met serieuze mentale problemen, en dat heeft me een aantal onprettige cadeautjes gegeven.
Het hoort bij mijn leven.
Af en toe ben ik even helemaal kapot, maar ik ben nooit gebroken.
Want het is juist de ervaring dat ik er altijd weer overheen kom die me zo sterk heeft gemaakt en tegenwoordig ongelooflijk helpt.
Ik zie het dus niet als zwakte.
Het hoort bij mijn kracht.