Papa is moe.
Hij moet nogal veel, dus is-ie altijd druk.
‘Papa heeft een heel vol bordje!’ zegt hij weleens.
En dat blijft niet zonder gevolgen.
Want papa is niet alleen heel vaak heel moe, maar hij heeft ook regelmatig een behoorlijk kort lontje.
Papa is steeds vaker een tikkie ongeduldig.
Hij luistert niet zo heel goed meer.
Hij speelt niet zo graag meer.
Papa is steeds meer afgeleid, steeds vaker overal en nergens met zijn gedachten.
Bovendien slaapt hij ook niet echt goed.
Dus drinkt hij ’s avonds vaker dan vroeger een paar wijntjes.
En dat maakt hem er niet fitter op (de ochtenden zijn niet zo heel gezellig meer).
Papa heeft een dilemma.
Hij kan de balans niet vinden.
Hij kan geen rust creëren, geen aandacht meer geven.
Hij weet niet meer hoe het voelt om gelukkig te zijn, of zelfs tevreden.
Papa* is niet meer de oude.
Wat nu?
(*Oh, en waar ik papa zeg, kun je natuurlijk ook mama lezen.)