Na regen komt zonneschijn.

Er is licht aan het eind van de tunnel.

‘Ook dit gaat voorbij.’

Troostende uitspraken, goed om te weten.

Want als er iets vreselijks gebeurt of als je er anderszins serieus doorheen zit, als je je in een situatie zit die je ervaring ruimschoots te boven gaat, kan het schelen dat je snapt dat het verdriet en de verwarring eindig zijn.

Weten dat je in een fase zit of je in een bepaald proces bevindt in plaats van geloven dat je voor altijd vastzit, kan het nét iets minder hopeloos maken.

Dat geeft een beetje houvast, een beetje steun.

Maar de focus op een toekomst waar het leed geleden is kan ergens ook een onderschatting van je kracht zijn, en makkelijk ontaarden in een ontkenning van je gevoelens of het willen overslaan van je ervaringen.

Die vermijding is logisch en je hoeft je er niet voor te schamen, alleen laat je zo vaak wel een grote kans liggen.

Ik heb het niet eens zozeer over de kans op groei (mooi), of een beter leven (fijn), of de kans om een les te leren waar je wat aan hebt (waardevol).

Ik heb het over een kans op menselijkheid in de meest complete zin.

Want verdriet is echt.

Rouw is echt.

Pijn is echt.

Wanhoop is echt.

Het hoort er 100% bij en is niet iets om snel doorheen te racen of af te handelen als een vervelend taakje, iets om te onderdrukken of te verdoven of te ontkennen.

Daar letterlijk bij stilstaan als het je overkomt heeft verder geen verheven doel of sappige spirituele uitkomst.

Ik wil het niet mooier maken dan het is.

Soms regent het gewoon heel lang en heel hard.