Toen ik stopte met drinken, op 22 oktober 2012, begon er een nieuwe fase in mijn leven.
Ik heb regelmatig gezegd dat ik destijds een tweede kans kreeg, een nieuwe mogelijkheid om alles anders te doen.
En dat heb ik ook gedaan, en doe ik nog steeds.
Maar dat van die tweede kans zie ik nu heel anders.
Gisteravond dacht ik er een beetje over na, en ik realiseerde me dat het eigenlijk gelul is.
Je hele leven, tot aan je dood, is één grote kans.
Je krijgt er geen twee, maar ontelbaar veel.
Elke seconde dat je hier bent is een kans.
Elk moment kan alle kanten op.
En dat betekent dus een enorme vrijheid.
Zelfs als je twintig jaar vrijwel non-stop iets op een specifieke manier hebt gedaan, heb je nu de kans om daarmee te stoppen.
Ook al dacht je altijd zus-en-zo: de kans bestaat dat die gedachte zomaar uiteen valt, dat er niks meer van overblijft.
Het gebeurt heel vaak dat iemand op een dag besluit te beginnen met iets, of juist te stoppen met iets anders, en nooit meer achterom kijkt.
Zomaar.
Omdat het kans.
Elke keer dat je ademhaalt, telkens wanneer je met je ogen knippert, krijg je een kans om het roer om te gooien, je schepen te verbranden, en eindelijk te doen of te zeggen wat je altijd al wilde doen of zeggen.
Je hoeft niet te wachten op je kans.
Je hoeft ‘m ook niet te verdienen.
Hier is-ie.