Je kunt er lang en breed over lullen, maar uiteindelijk wil iedereen gewoon gelukkig zijn.

Waarom?

Omdat het in ons zit.

Het zoeken (maar ook het geluk).

En dus zie je ongeveer de hele wereld continu achter dingen aanrennen.

Carrières, yoga diploma’s, tiny houses, smartphones, relaties, sixpacks, geld, auto’s, villa’s, spirituele verlichting, of juist helemaal niks (voor de minimalisten onder ons).

We kopen ons gek aan zelfhulpboeken en -cursussen en -apps, of drinken, roken en appen ons suf, om maar geen last te hebben van de onrust die we voelen.

En ondanks al die pogingen, ondanks dat we zo enorm ons best doen, vinden we maar zelden wat we zoeken.

Best vreemd, toch?

Het zoeken naar geluk wordt wel eens gezien als naïef of zelfs hedonistisch.

Het idee dat het leven puur om geluk zou kunnen draaien, wordt dan smalend in de prullenbak geflikkerd.

En dat is in zekere zin wel terecht, want alles gaat nu eenmaal op en neer, en alles verandert.

Maar ik denk dat al die verstandige mensen met hun uitgebalanceerde, zuinige ideeën iets heel belangrijks over het hoofd zien.

De zoektocht naar geluk draait niet per se om het vinden van non-stop bliss, alsof je voor altijd bevroren blijft in extase.

Het is een zoektocht naar een bepaalde intrinsieke zekerheid, het idee dat we kunnen stoppen met rennen, dat alles goed komt en eigenlijk simpeler is dan we altijd dachten, dat we de stem van ons hart durven te volgen, creativiteit en vindingrijkheid in onszelf ontdekken, en niet meer continu bang zijn voor de verlammende angst om het leven fout te doen.

Geluk vinden in de dagelijkse dingen, van een vlinder tot een Lamborghini of gewoon een beetje zitten in het park, houdt de verwarring en het verlies niet buiten de deur, maar wapent ons op natuurlijk wijze tegen de gevolgen.

Wat dat betreft betekent het vooral het vinden van onze ware natuur.

Maar hoe je het ook wendt of keert: geluk zoeken zit in ons.

In ons allemaal.

Zou dat nou echt helemaal niks betekenen?

(Ook op zoek, maar zonder veel succes? Mail me!)