Als we érgens van in de war raken, dan is het wel denken.
Fascinerend verschijnsel, tevens de bron van onze problemen, angsten, tekortkomingen, weerstand en al die andere dingen waar we ongemakkelijk en ongelukkig en onrustig van worden.
Denken is iets geks.
Gedachten zijn ongrijpbaar.
We denken meestal dat wij ze doen, dat wij ze verzinnen en produceren, en dat ze dus van ons zijn, maar letterlijk iedereen die ik spreek tijdens een kennismaking denkt heel vaak dingen die vervelend en ondermijnend zijn.
We kunnen er dus kennelijk niet mee stoppen.
En zelfs als we er dan serieus werk van gaan maken, zelfs als we ons voornemen alleen nog maar leuke en gezellige dingen te denken, gaat dat altijd weer fout.
Waarom?
Omdat denken vanzelf gaat.
Dat weten de meeste mensen niet.
Net als dat denken niet een soort 2-dimensionale lichtkrant is die wij zelf besturen, maar een ongekend schitterende, woeste creatiefabriek die moeiteloos emoties en gevoelens en sensaties maakt, in realtime.
Onze complete wereld, inclusief hoe we onszelf en anderen zien, bestaat eigenlijk 100% uit denken, uit gedachten waar we ons over het algemeen niet bewust van zijn, maar die continu ervaringen schilderen.
En die ervaringen voelen zó realistisch, zó echt, en zó belangrijk, dat we nooit aan hun waarheid twijfelen.
Daar gaat het dus ‘mis’.
Want onze gedachten doen eigenlijk maar wat.
De menselijke geest heeft een obsessie met oordelen en vergelijken en in kaart brengen, met logica ontdekken en dingen voorspellen, en daar is het leven nou juist veel te ongrijpbaar en willekeurig voor.
En hoe proberen we dat dan te fixen?
Nog meer denken natuurlijk.
Dus worden we nóg onrustiger en raken we nóg meer in de war, en ontstaat er nog meer ruis en nog meer gepieker en gedoe.
Komt dat je bekend voor?
Uiteraard.
Overigens is denken natuurlijk ook gewoon heel mooi, bijzonder, leuk, en spannend.
Het creëert werelden en toekomsten en dromen en vriendschappen en heroïsche verhalen, en dat maakt onze levens rijk.
Maar het scheelt enorm als je niet meer alles gelooft wat je denkt.
Als denken niet meer de hele dag met je aan de haal gaat.
En als je zelf min of meer bepaalt waar je energie en aandacht naartoe gaat.
Zó leven, met denken als prachtig gereedschap en niet als bazige chauffeur van je bestaan, is ongekend lekker.
En hoe minder je in de war raakt, hoe minder je er ook weer uit hoeft te komen.